www.parkietenkweken.nl

Kleurvererving bij grasparkieten.

 
Er zijn grofweg drie mogelijkheden:
 
- dominante vererving 
- geslachtsgebonden vererving
- recessieve vererving
 

Dominante vererving.

 
Dominante vererving geldt voor de kleurslagen dominant bont, spangle, grijs, violet en
geelmasker.

Normaal x dominant = 50% dominant, 50% normaal
Dominant x dominant = 25% normaal, 50% dominant, 25% dubbelfactorig dominant.
 
Dubbelfactorig bont of dubbelfactorig spangle = geheel geel of wit.
Bij dubbelfactorig geelmasker is het masker wit.
Een vogel kan niet split zijn voor een dominante factor, maar deze wel verborgen bij zich dragen.
 

Geslachtsgebonden vererving.

 
Geslachtsgebonden vererving geldt voor de kleurslagen
lutino, albino, opaline, cinnamon en lacewing (cinnamon albino).

Ino man x ino pop = 50 % ino man, 50 % ino pop.
Ino man x normaal pop = 50 % normaal / ino mannen, 50 % ino poppen.
Normaal man x ino pop = 50 % normaal / ino man en 50 % normaal pop
Normaal / ino man x normaal pop = 25 % normaal man, 25 % normaal / ino man, 25 %
normaal pop, 25 % ino pop.
Normaal / ino man x ino pop = 25 % normaal / ino man, 25 % ino man, 25 % normaal
pop, 25 % ino pop.
 
Mannen kunnen split zijn, d.w.z. de kleurslag vererven zonder dat de vogel zelf de kleur heeft (split wordt weergegeven door schuine streep / ).
Poppen kunnen nooit split zijn.
 

Recessieve vererving.

 
Recessieve vererving geldt voor de kleurslagen:
blauwfactor, recessief bont, grijsvleugel, overgoten.

Normaal x recessief = 100% normaal / recessief.
Normaal / recessief x normaal / recessief = 25% normaal, 50% normaal / recessief,
25% recessief.
Normaal / recessief x recessief = 50% recessief, 50% normaal / recessief.
 
De recessieve kleur blijft verborgen, tenzij beide ouders de erfelijke eigenschap bezitten.
 
 
Bron: http://www.harrieaardema.nl/verervingsregels.pdf